alleen op vrijdag door Janneke van der Horst
Alleen op vrijdag!
Van maandag tot en met donderdag kamde A. haar haren niet. Meestal droeg ze op die dagen een capuchontrui en Timberlands. Soms een groot vest. Bijna altijd een spijkerbroek. Het waren de dagen dat het kon. Dat je je als jonge vrouw kon kleden als een houthakker zonder dat iemand dacht dat je niet van jongens hield. Zelfs de mooiste meisjes van de school liepen in de winter met een capuchontrui onder hun blouse. Wij, de minder mooie meisjes, waren dankbaar dat we geboren waren op het juiste moment. Ons werd het beeld van te strakke truitjes en hotpants in spiegels en ruiten bespaard. Om mee te komen, hoefden we geen tranen te laten, niet te wankelen op hakken maar konden we gewoon veters strikken.
A. was een van de mooie meisjes. Op vrijdag. Op vrijdag keek iedereen A. na. Ook wij, de meisjes die van jongens hielden. Dan droeg A. een rokje waar de meeste vaders geen toestemming voor zouden geven, leek ze een stuk blonder dan de rest van de week. Dan rook ze lekkerder, had ze blosjes op de wangen en lippen die om aandacht vroegen. Voor A. was vrijdag de enige dag die ertoe deed. Maandag tot en met donderdag waren de rijtjeshuizen onder de dagen. Dagen van middelmaat en spruitjes. Je moest er doorheen. Maar er was maar een dag die het waard was om je goed voor te kleden. De vrijdag. Of eigenlijk, de vrijdagmiddag. Na school. Dan ging A. naar de kroeg. Dan liet ze zich bewonderen door de jongens van andere scholen. Die A. alleen op vrijdag zagen.











